Marjet Wessels Boer begon in 2001, na haar afstuderen aan de Gerrit Rietveld Academie, haar eigen studio. Studio Wessels Boer ontwerpt kunsttoepassingen voor de openbare ruimte die je verbinden met je omgeving en je meevoeren. Het werk wordt vaak geïntegreerd in de bestaande architectuur of infrastructuur en creëert een overgang tussen de openbare en private sfeer.

“Eens was de straat het verlengstuk van het private domein, ze werd als eigen territorium beschouwd en voor allerhande zaken gebruikt. Vanaf de middeleeuwen ontstond door het aanleggen van stoepen, voortuinen, erkers en balkons een diffuse overgang tussen de openbare en private sfeer. In onze moderne, stedelijke architectuur zijn deze overgangszones veelal verdwenen en is het openbare gebied zodanig uniform en neutraal ingericht dat er weinig plaats is voor persoonlijke en exhibitionistische details. De was, de tuinkabouters en geveltuintjes zijn verdwenen. De toonstraat wordt een doorgangszone en zelfs pleinen zijn niet meer om echt te verblijven. Door het ontbreken van ontroerende individuele en onthullende uitingen worden plekken anoniemer en voel je je meer alleen. Dit gemis is een uitgangspunt in mijn werk.

Ik wil openbare plekken bezielen met objecten of ingrepen die je opnemen in de omgeving, je gezelschap houden en je thuis laten voelen. Ik wil passanten en bewoners met ingrepen verwelkomen en behagen. En zo fysieke plekken weer met mensen verbinden en mensen met mensen.

Plekken hebben verborgen verhalen en verlangens. Door plaatsgebonden te ontwerpen kom ik tot ontwerpen die voortkomen uit hun omgeving. Meestal ontwerp ik dan ook geen losse objecten voor een ruimte, maar laat ik het werk onderdeel zijn van de architectuur of infrastructuur.

Hoewel ik mijn werk voor een diverse groep mensen toegankelijk wil laten zijn, is het uitlokken van een intieme relatie mijn opzet. Ik zoek het in het schemergebied tussen het publieke en persoonlijke. Door meerdere, bewust geordende invalshoeken aan te bieden wil ik de verbeeldingskracht van de gebruiker stimuleren en zijn of haar voorstellingen over de gebruikersmogelijkheden en betekenissen van de plek verbreden.”